Ik heb dan toch maar besloten om mij deze morgen te scheren. De eerste test van het Raz*War scheermesje dat ik eerder deze week bestelde.
De mesjes zijn scherp, en het scheert zeer gemakkelijk mijn rechterwang. Toen ik aan mijn linkerwang wou beginnen schoot het mesje echter uit de houder. Dat kan niet de bedoeling zijn.
Lees ik net op Twitter dat Belgacom als eerste grote speler op de markt met een internet formule op de proppen komt zonder downloadlimiet.
De Internet Intense formule vervangt het huidige Internet Plus en zakt in april zelfs een beetje in prijs. Van 57,05 euro naar 56 euro. Voor dat geld krijg je 20 Mbps down- en 2 Mbps uploadsnelheid, onbeperkt download volume en een mailbox van 1 GB.
Ook de andere bestaande internet formules gaan er op vooruit, zowel qua snelheid als download volume. Zo krijg je bij een Internet Go (die Internet Favorite zal heten) 75 GB volume per maand. De prijzen van de meest gekozen formules stijgen wel een beetje.
De exacte cijfers lezen jullie maar zelf na op de website, of in het persbericht.
Deze nieuwe formules treden in voege vanaf 1 maart. Telenet heeft dus nog wat tijd om met een gelijkaardig aanbod te komen.
Hoe een alledaags ding als een scheermesje ook via webmarketing mij badkamer kan bereiken. Dinsdagmorgen een Raz*War startpakket gekocht (1,18 € portokosten), en gisteren al in mijn brievenbus. Het scheren zal voor zondag zijn. Ik ben namelijk een zondag’s scheerder.
Een webshop is een webshop kan je wel zeggen, maar het idee om scheermesjes in de vorm van een abonnement te verkopen vind ik toch goed gevonden. Om de vier maanden krijg je dan nieuwe mesjes opgestuurd. Het aantal varieert van de door jou gekozen formule. Stukken goedkoper dan die Gilette of Wilkinson mesjes. Ik zal eens moeten uitproberen of ze ook zo goed zijn.
Ik kan absoluut niet multitaksen en van de twee huishoudtaken die Mrs. Golb mij geeft, vergeet ik er minstens één. Wanneer ik het oud papier op de bureau en de vuilbak op de badkamer moet leegmaken, dan kan ik dus twee keer traplopen. Eerst voor het oud papier, dan voor de vuilbak van de badkamer.
Naar het station fietsen ’s morgens is voor mij ook een routine taak. Puur op automatische piloot. Meestal in gedachten verzonken, en af en toe zelfs verwonderd dat ik al in de fietsenstalling sta. Onderweg een brief op de post steken is niet simpel. Negen kansen van de tien vergeet ik dat te doen. Zelfs al ligt de Post op de route naar het station.
Ik heb daar een tijdje geleden wat op gevonden. Wanneer ik bij mijn vertrek thuis de brief in mijn zak steek, dan begin ik te zingen of te neuriën: “naar de post, naar de post, naar de post, post, post” op de maat van de Radetzkymars. Zo word ik er elke twee seconden aan herinnerd dat ik aan de post moet stoppen en de brief die in mijn zak zit te posten. Werkt prima.
Alhoewel het systeem niet waterdicht is, want ik heb ook al vrolijk “naar de post post post” zitten zingen in de fietsenstalling…
Ik heb het niet zo begrepen op Aarschottenaren. 95% van al mijn treinfrustraties worden veroorzaakt door mensen uit Aarschot. Ofwel zagen ze ’s morgens teveel, ofwel komen ze tegen u aanzitten, ofwel zorgen ze er ’s avonds voor dat ik moet rechtstaan in de trein.
Deze morgen werd ik er weer aan herinnerd hoe hard ik die mensen uit het meest westelijke punt van de marginale driehoek eigenlijk wel haat. Dan zit je te slapen in de trein, komt er zo een ostentatief krantlezende gorilla langs u zitten. Kuchen, porren, u verzetten, het kan hen allemaal niet deren. Aarschottenaren zijn daar blijkbaar imuun voor. Die missen blijkbaar net dat tikkeltje intelligentie of respect om te snappen dat ik het niet apprecieer dat ze hun lichaamswarmte en levendigheid met mij delen. Soms verdenk ik hun ervan dit blog te lezen, zo arrogant zijn ze.
Maar er bestaat blijkbaar een oplossing voor: het no-contact-jacket.
Alleen spijtig dat het enkel een dames model is, en dat het bijna 1000 euro kost. Eigenlijk heb ik enkel ene rechtermouw nodig. Misschien zelfs maar een geëlektrificeerde armband. Eens zoeken of ik zoiets op ‘t internet kan vinden. Ze zullen dan wel een toontje lager piepen daar in Aarschot!
Het aantal betalingen met Proton is voor het zevende jaar op rij gedaald. Vorig jaar werden er voor 70 miljoen euro betalingen gedaan met Proton. Dat is slechts een derde van de 210 miljoen euro die in piekjaar 2002 – het introductiejaar van de euro – opgetekend werden. Op termijn zal Proton dus verdwijnen.
Zelf heb ik Proton slechts twee maal gebruikt. Eén keer opgeladen met (toen nog) 5000 BEF, één keer een betaling gedaan om cursus materiaal te kopen (in 1998) en een tweede keer in een schoenwinkel om de rest van het geld terug van de Protonkaart te halen. Ik heb Proton altijd nutteloos gevonden. Ofwel betaal ik met een bank- of creditkaart, ofwel met cash geld.
Het idee van Proton was niet goed genoeg vond ik. Je moest steeds naar een terminal moet gaan om de kaart opnieuw op te laden. Waarom zou ik met mijn bankkaart geld zetten op het chipje van diezelfde bankkaart, en niet gewoon geld afhalen? Met geld dat ik afhaalde kon ik wel overal betalen en met Proton niet. Veel kleingeld in je zak? Dan doe je je microbetalingen toch gewoon met dat kleingeld, probleem opgelost.
Een systeem als PingPing is volgens mij veel beter. Je koppelt een NFC (Near field communication) tag aan je gsm rekening en wuift je betaling weg. Heb je een gsm abonnement, dan krijg je achteraf de factuur (zoals bij een kredietkaart) en heb je een prepaid kaart, dan gaat het bedrag van je beltegoed af. Het grote voordeel van PingPing ten opzichte van Proton is, is dat je door je beltegoed te herladen, weer over vers geld beschikt. Tegenwoordig kan je via verschillende manieren herladen, zoals per sms, of ussd code. Sta je aan de kassa en is je PingPing tegoed op, dan herlaad je even je kaart en twee seconden later kan je terug betalen.
Met een Proton kaart zou je je aankopen aan de kant moeten leggen en een geldautomaat gaan zoeken. Als je dat twee keer meemaakt, dan gebruik je Proton niet meer.
Of PingPing zal slagen, hangt nu enkel en alleen nog af van de verspreiding van de PingPing terminals. Als ik nu overal in het dorp al zou kunnen betalen met PingPing, dan zou ik het meteen doen!
Lap, ik heb er weer eens last van. Een beetje verkouden, wat weinig slaap en patat: een koortsblaar. En niet van de minste deze keer. Onder een Hitler snorretje kan ik ze niet verstoppen, een Kiekeboe snor zou lukken maar die kan ik niet op twee dagen laten groeien.
Het ergste is eigenlijk dat niets helpt. Ik kan zoveel Zovirax, Erpesan, Ultra smeren als ik wil, ze komen er toch telkens door. Gelukkig weet ik ondertussen uit ondervinding dat het meestal “slechts” 10 dagen duurt. 10 dagen met een rondlopen met een afschuwelijke bovenlip.
Wat mij het meeste opvalt is dat iedereen zo beleefd is. Of toch zolang ik ze kan zien / horen. Ik zie iedereen wel kijken, maar niemand durft te zeggen: “Bweikes, wat hebt gij op uw lip.” Dat had vroeger op de speelplaats wel anders geweest.
Toen ik een jaar of zes, was had ik bij mijn grootouders de ideale verstopplaats gevonden: achter de zetel in de keuken. Terwijl mijn grootmoeder en grootvader hun ogen bedekt hielden, hurkte ik mij neer in de hoek achter de zetel. Tot twintig moesten ze tellen, dat weet ik nog, en toen het zover was begonnen ze te zoeken.
Overal werd gezocht: onder tafel, in de kast, achter de stoof, in de living zelfs buiten in het veld. Ik was echter onvindbaar. Als ik na vijf minuten niet zelf uit mijn schuilplaats was gekomen, hadden ze mij nu nog niet gevonden.
Het heeft daarna nog enkele jaren geduurd vooraleer ik snapte dat ze eigenlijk maar speelde dat ze mij niet vonden, en dat ze goed wisten waar ik was. Ik heb er dikwijls goed om moeten lachen.
Gisteren speelde Golb Jr. hetzelfde spelletje. Na twintig seconden springt hij echter al tevoorschijn en moeten we opnieuw beginnen tellen. Hij verstopt zich dan keer op keer op dezelfde plaats, achter de zetel en heeft daar enorm veel plezier in. Ik kijk al uit naar het moment dat hij weet dat hij zich moet stilhouden. Benieuwd hoe lang hij het zou volhouden.
Beste frituuruitbaters, willen we het volgende afspreken: een friet special is een pak friet met gewone mayonaise, curry ketchup en verse ajuintjes en een Bicky Burger bevat alle voorgeschreven ingrediënten. Dan moet ik niet elke keer bevestigen dat ik gewone mayonaise en niet zoete, en curry en niet tomatenketchup wil.
En ja, ik wil alles op mijn Bicky Burger, anders zou het geen Bicky Burger zijn.
Laat de mensen met speciale wensen maar wat moeite doen om hun goesting te krijgen.